vrijdag 13 november 2015

Sport, soep, stoef.

Zo’n kleine twee maand vertoef ik nu vijf dagen per week op kot in Leuven. Mensen vragen mij dikwijls “en, is’t plezant op kot?” waarop ik dan volmondig “ja” antwoord.
Natuurlijk is het plezant op kot, vijf dagen per week vierkant uw eigen goesting doen, er zijn ergere dingen. Wat echter ook belangrijk is, is dat u laat uitschijnen dat u alles op een rijtje heeft op kot. Ik heb mijn shit together zoals de jeugd dat zegt. Dat is helemaal niet zo moeilijk, er zijn namelijk enkele dingen waardoor het zal lijken dat u als student alles voor mekaar heeft.
  • Maak soep.

Soep maken is overigens bijna lachwekkend gemakkelijk, maar het klinkt zo volwassen. Toen ik onlangs de zin “ik heb al twee keer soep gemaakt op kot” tegen iemand zei, bedacht ik me dan ook hoe geweldig dat klonk. “Dat is eigenlijk wel echt een teken dat ge uw shit together hebt”, voegde ik er dan ook aan toe.

  • Deel eten uit.

Flashback naar twee weken geleden. Ik had soep gemaakt –klinkt toch goed hé- maar had het recept een beetje onderschat dus zat ik daar met een gigantische kom erwtensoep. “De liefde van de man gaat door de maag” zegt men wel eens, maar allemans liefde gaat toch door de maag. Vrienden maken gaat eens zo makkelijk als u iedereen een zakje verse soep aanbiedt.

  • Eet vegetarisch.

Nog zo iets makkelijk, want zo veel verschil zit er echt niet tussen een pakje hamburgers uit het rek bij de Colruyt halen, of een pakje vegiburgers. Het verschil zit hem in de indruk die u maakt op uw kotgenoten wanneer ze nieuwsgierig vragen wat u aan het maken bent.
Daarbij, ik voel me altijd een Ghandi in spe wanneer ik vegetarisch eet. “Be the change you want to see in the world.” En meer van die overtollig gebruikte, melige quotes.

  • Sport.

“Ja mama, ik wil echt zo’n sportkaart, allez kijk dat is maar 40 euro meer en ik kan een heel jaar gebruik maken van alle sportaccommodaties van de KULeuven.” Ik denk dat die zin heel vaak wordt uitgesproken in de Vlaamse huiskamers zo rond het begin van september. Als u dan een sportkaart hebt, maak er ook gebruik van. Niets is zo bewonderenswaardig als gaan sporten in uw vrije tijd.

  • Doe alsof u alles al heeft meegemaakt.

“Ja, die rijen in den Alma, verschrikkelijk,” zei ik nadat ik één keer in de Alma gaan eten was. “Ik haat die eenrichtingsstraten voor fietsers hier in Leuven, gisteren nog tegengehouden geweest,” vertelde ik de dag nadat ik inderdaad was tegengehouden door de politie, maar door mijn grote onschuldige ogen op te zetten, kon ik een boete ontwijken. Nu stap ik voorzichtig overal af.

  • Vraag een extra blad bij uw (proef)examens.

Niets zegt “ik ben superieur aan jullie” als naar voren gaan in een grote aula om een extra blaadje te vragen. Het verhoogt uw street credibility enorm bij uw collega’s. Ook al heeft u in werkelijkheid maar 4 lijntjes te kort.

  • Zet alles op instagram.

Uiteraard wel enkel de goede dingen, we moeten de schijn toch ophouden. Vers appelsiensap geperst? Op instagram! Uw kamer gedecoreerd? Gooi het online! Uitgebreid ontbeten? U ziet het stramien wel, volgens mij.

  • Maak een eigen hashtag aan.

Professionaliteit alom. #kamer218 #schaamtelozezelfpromotie

  • Ontpop jezelf tot een ware Hyacinth Bouquet.

Zelfs als u uw wortelen –weeral- hebt laten aanbranden, zelfs als uw kamer een stal is, zelfs als u net een 2/20 gehaald heeft, toch gaat alles goed.


Het kotleven is echt wel mijn ding, ook al lijkt het dat ik diep ongelukkig ben na het lezen van deze tekst. Ik geef het toe, ik heb existentiële crisissen gehad waar ik -echt waar- een uur lang op de vloer heb gelegen en getwijfeld aan mijn eigen kunnen. Maar kijk, dan heb ik dat ook alweer meegemaakt, niet alles moet steeds van een leien dakje lopen. Of zoals mijn vader mij onlangs zeer effectief geruststelde "Ik ben ook blijven zitten in mijn eerste jaar unif, Eva". 
Goh, dankje paps.

vrijdag 25 september 2015

Groene thee met jasmijn maakt wat los in een mens

Daar zit je dan, in die veel te grote en te warme aula op de eerste dag van het academiejaar. Je hebt geen oog dichtgedaan van de stress. Je bent om 7 uur wakker geworden en bent je kamer niet uitgekomen, uitgezonderd dan van die 1304930 keren dat je in allerijl naar de wc moest lopen, u raadt het al, ook al van de stress.
Je zit dus in die aula, je luistert naar de mensen die vooraan dingen aan het vertellen zijn. Een van die dingen is dat er blijkbaar een wedstrijd georganiseerd wordt, om iets te schrijven over een facet van de richting Taal-en letterkunde.
Drie dagen later zit je op je kamertje op kot, niets te doen, want je hebt nog geen vrienden. Je besluit dus maar om iets te schrijven.

En dan roepen ze de volgende dag je naam af op de receptie, lezen ze stukjes voor uit je essay en krijg je applaus en een bon van 25 euro van de Fnac.
Geen slechte manier om je academiejaar te starten.



Groene thee met jasmijn maakt wat los in een mens

Moe dat ik was, zondagavond. De dag voordien nog gewerkt op de scouts, gevloerd geweest door een kind van zes en op elegante wijze een te groot stuk brownie proberen te eten. Glorieuze momenten dus, u hoort het al. Zondagnamiddag richting Brussel vertrokken, ’s avonds gingen we immers naar Cirque du Soleil kijken. Eén grote hindernis; het was autoloze zondag, we maakten er dus maar een expeditie van. Van Mechelen naar Brussel op een autoloze zondag: het hartverwarmende verhaal van een gezin op zoek naar parkeerplaats, dat klinkt als een bestseller in wording als je het mij vraagt.
Ik had geprobeerd mijn gedachten te verzetten door te kijken naar blote basten en gymnastiek, wat volgens mij geen slechte manier is om je vakantie te eindigen, maar mijn grootmoeder maakte daar een einde aan. “En, nerveus voor morgen?” vroeg ze met een lachje rond haar verrimpelde lippen. “Nee, dat valt wel mee,” loog ik niet zo overtuigend.

Die zondagavond lig ik dus naar het plafond te staren van mijn kot. Het is een hoog, ouderwets plafond, maar ik was er op slag verliefd op geworden. “Probeer er gewoon niet te veel aan te denken, Cabuy,” sprak ik mezelf streng toe. Wanneer ik tegen mezelf praat, en dat is  best vaak, gebruik ik graag mijn achternaam. Kwestie van iets overtuigender over te komen.
Zoals dat echter gaat, is “er gewoon niet te veel aan denken” geen optie. Dit wordt nog een lange nacht.

Maandagvoormiddag ging ik al eens op verkenning in dat grote MSI-gebouw. Ik had mijn lokaal al gevonden, waarvoor ik mezelf een mentaal schouderklopje gaf, en stapte dan maar terug naar mijn kot. Als voorbereiding luisterde ik nog wat naar Franse rap en at ik een boterhammetje. Terwijl ik mijn theetje opslurp, mijmer ik over pientere teksten, dat turners echt wel de schoonste lijven van alle sportmannen hebben, en uiteraard over de richting die ik over een uurtje zal aanvatten. De belangrijkere dingen in het leven dus.
Heb ik wel de juiste keuze gemaakt? Wat als ik niet slaag in mijn eerste jaar? Spijtig dat die ene turner zo’n lelijke tatoeage had, anders was hij toch nog net een tikje knapper geweest. Ik hoop dat ik straks naast iemand leuk zit in de aula. Zingt hij nu “ Je suis allé en prison, mais qu’au Monopoly”? Potverdekke, dat is goed gevonden!

Ik hoop in elk geval daar in mijn kamertje dat ik het leuk zal vinden. Het studentenleven, de lessen, mijn nieuwe vrienden. Ik hou er de moed in dat ik nog meer zal weten over talen en teksten, dat ik iedereen verbaasd zal kunnen laten kijken wanneer ik mijn eruditie etaleer. En misschien nog het meeste van allemaal dat ik mensen leer kennen die mijn mopjes eindelijk appreciëren. Dat ik over een paar maand, wanneer ik weer eens mijn sleutels kwijt ben en zachtjes mompelend het Egidiuslied citeer, er eindelijk iemand zal lachen. “Sleutels, waer bestu bleven. Mi lanct na di gheselle mijn.”


zondag 16 augustus 2015

Florence Welch op rilatine

In elke klas zit er wel eentje, een persoon die bovennatuurlijke krachten schijnt te hebben en in alles uitblinkt. Maakt niet uit over welke vorm van onderwijs we het hebben. In de kleuterschool is er toch altijd die ene die echt kei goed met de poppen kan spelen, in het lager heb je die persoon met het mooiste geschrift van de klas, in het middelbaar hij die alleen percentages boven de 80 haalt. Zelfs bij onze hobby’s ontsnappen we er niet aan, en Laura Vanden Heede was zo’n meisje van de laatste soort.
Wij zaten samen in de muziekschool, Laura en ik. Notenleer bij juf Chris, prima vista zingen en melodisch dictee –mijn ergste nachtmerrie. Op een mooie dag enkele jaren later, stuurt diezelfde Laura mij een vriendschapsverzoek op facebook. Normaliter aanvaard ik zulke verzoeken niet. Mijn vuistregel is dat ik ten eerste de persoon in kwestie leuk moet vinden, en ik er ten tweede minstens twee zinnen moet tegen hebben gezegd in het afgelopen jaar. Laura faalde de tweede test, want verder dan een herkennend hoofdknikje wanneer we elkaar tegenkwamen op straat, waren we niet gekomen. Toch aanvaarde ik haar verzoek, rebel die ik ben, en al een geluk.
Laura bleek nog steeds verdomd muzikaal aangelegd te zijn, en had zelfs een artiestennaam ‘Jonna’. Dat is toch een teken van pure professionaliteit, een artiestennaam. Wat ook een teken van professionaliteit is, is je eigen album uitbrengen op je achttiende, en dat deed ze zo maar even die Laura.
Ik twijfelde niet, en besloot de cd te kopen, zonder veel te weten over haar muziekstijl. Maar hé, we moeten elkander steunen in tijden van crisis om de economie draaiende houden. Ik zette Inner Child (zo heet het album) meteen op mijn iPod.
Oh boy. Dat is een van mijn betere beslissingen geweest. Ik zal er geen doekjes om winden, ik ben fan.


Laura heeft een orkaan van een stem. Ik ben niet de beste in een muziekreview, ontdek ik net, want ik kom niet uit mijn woorden, maar ik doe een poging om u het gevoel te schetsen. De muziek van Jonna is perfect om te luisteren bij een treinrit op een boemeltreintje, bij een goei jat koffie of bij het lezen van een boek. Haar muziek maakt mij melancholisch en week vanbinnen, maar wanneer ze uithaalt met haar stem rijzen de haartjes op mijn armen omhoog.
Mijn favoriete moment van de hele cd is op minuut 2:29 van het nummer White lady. Ontelbare keren heb ik dat nummer al opgezet, en wanneer die 29ste seconde van de tweede minuut komt, schud ik nog steeds ongelovig met mijn hoofd. Dat zoiets kan ontspruiten uit een brein, dat die stem kan komen uit een mond, ik kan er niet bij.
Mijn complimenten ook aan Vahe Mamian, die zijn optreden maakt in If you stay. Het komt als een grote verrassing die diepe mannenstem ,maar zijn stem is zo rustgevend dat je het hem snel vergeeft. In combinatie met Jonna wordt hij zo mogelijk nog beter.


Uit ervaring kan ik u vertellen dat Inner Child perfect gecombineerd kan worden met How Big, How Blue van Florence + The Machine. Jonna doet me wat denken aan Florence Welch, maar dan wel een Florence Welch op een rilatinekuur en na enkele koppen kamillethee. Al is de stem van Jonna een pak lager en is haar muziek rustiger, toch kan ik dat gevoel niet van mij afzetten. Misschien ook omdat Florence Welch potverdomme een straffe madam met een straffe stem is, en wie daarin Jonna niet herkend, heeft niet goed geluisterd. De twee albums stonden toevallig beiden in mijn ‘onlangs toegevoegd’-afspeellijst, en de rustigere muziek van Jonna is een perfecte afwisseling tussen de toeters en bellen (letterlijk) van Florence.


Nu over naar een kleine top 3. Amai, ik ben goed in overgangen maken in mijn teksten. Op nummer drie, As blue as ink, prachtige intro met piano en de diepe stem van Jonna. Maar vergis u niet, het is niet een en al accordeon en melancholie.
Op nummer twee staat Sparrows, waarbij Jonna begeleid wordt door wat meer elektronisch geluid. En op nummer een, uiteraard, White lady, maar dat zal niet als een verrassing komen.

Jonna heeft een eigen website (http://www.jonnalive.be/) waar u haar cd kan bemachtigen, of u kan ook gewoon haar facebookpagina liken. Toch nog niet overtuigd van mijn lovende commentaren? Check dan zeker haar album op Spotify, waar u een gratis voorsmaakje kan krijgen. 


Het is misschien een cliché, maar ik ben er rotsvast van overtuigd dat we in de toekomst nog van Jonna zullen horen. Dan zal ik kunnen zeggen: “Ik heb die dus wel op facebook, hé!”

woensdag 8 juli 2015

Dingen die mij blij maken XXI

Goeiemorgen zonder zorgen! Het is vakantie, het weer zit mee, hebben we meer nodig om gelukkig te zijn? Nou ja, wereldvrede, geen hongersnood meer en een oplossing voor de milieuproblemen zouden welkom zijn, maar we mogen niet klagen.
Toch is er immer ruimte voor verbetering als het om geluk gaat, en daarom dit artikel.


Phil Ferguson leeft in Melbourne, maar dat is trivia. Wat u wel over hem moet weten is dat hij geweldig kan haken. Maar wat misschien het beste is aan de foto's is de uitdrukking op zijn gezicht. 




Ooit al meegemaakt dat u uw favoriete serie aan het bespreken bent via sms of messenger en dat autocorrect ongevraagd de namen van alle personages veranderde? James Chapman had er genoeg van en besloot hierover een grappige reeks illustraties te maken; Game of Thrones + autocorrect.
 





Jurassic World is onlangs losgelaten op de wereld. Ik moet enkel nog ergens een gaatje vinden om hem te gaan kijken. Laten we al op voorhand beslissen dat de film geweldig is, en dat moet hier gevierd worden.

Bijvoorbeeld met Laura Cooper die illustraties maakte over een mogelijke samenwerking tussen Disney en Jurassic Parc. Het ziet er veelbelovend uit.





Of nog beter, Game of Thrones in combinatie met Chris Pratt. Dreams can come true.
bron

bron
 Heb ik mijn liefde voor de rol van Chris Pratt al duidelijk gemaakt? Nog niet genoeg, denk ik.
bron
En dan nog als uitsmijter een GIFje, dat kan er altijd bij.
bron

maandag 29 juni 2015

Water met een smaakje

Het is officieel, de eerste hittegolf van het jaar zit eraan te komen en ik krijg al schrik. Ik haat warmte, ik weet dat ik nu klink als een zagende bomma, het zij zo.
Langs alle kanten worden we dezer dagen bekogeld met goede adviezen. "Vergeet je niet in te smeren", "Niet te veel in de zon zitten", maar vooral "Genoeg drinken, hé". Dat durf ik al eens te vergeten, al is het de laatste tijd verbeterd sinds ik mijn Dopper drinkbus gekocht heb. Fashionable water drinken doet u zo.

Wat ook hip blijkt te zijn is "infused water", een veredelde naam voor water met een smaakje. Een gezonde vorm van frisdrank, zeg maar.
Infused water is voor water wat breezer is voor alcohol, je drinkt er veel van zonder het door te hebben.

Ik zet voor u mijn vier favorieten op een rijtje.


{ Aardbei-munt }


Bij de aardbei-munt variant, is het belangrijk dat u de aardbeien in schijfjes snijdt. Door hele stukken fruit in het water te droppen, zal u niet het gewenste effect verkrijgen. Omdat de aardbeien niet zo'n doordringende smaak hebben, laat ik ze meestal een nachtje trekken in het water.
En de madeliefjes? Och, ik doe altijd bloemen in mijn water, dat is toch vanzelfsprekend.

{ citroen-lavendel }

Met de lavendelstruiken die in elke voortuin van elke voorstad in bloei staan, is dit recept ideaal om uw dorst te lessen dezer dagen. Ik ben zelfs bijna beschaamd om dit een recept te noemen.
Let wel op, laat de lavendel zeker geen hele nacht trekken zoals de aardbeien. Dan wordt het een beetje te geparfumeerd en krijgt u het gevoel alsof u de gehele Provence van Frankrijk naar binnen heeft gespeeld.

{ framboos }


Framboos is dan weer een veel subtielere smaak, dus ook hier raad ik aan om de vruchtjes een nachtje te laten trekken in het water. 

{ watermeloen }


Dit is voor de durvers, voor diegenen die eens een uitdaging in hun leven willen. Ik heb geen idee welke hekserij erachter steekt, maar als ik watermeloen in mijn water doe, is het er ofwel boenk op, maar het kan ook serieus tegen steken.
Laat de watermeloen zeker niet te lang weken in het water, want dan krijgt u de smaak van rotte watermeloen. Het water zal sowieso niet sterk smaken, maar op het einde geeft de watermeloen er een licht bijsmaakje aan, wat het toch iets specialer maakt dan "gewoon mainstream water van de kraan".


Zo, en vergeet u vooral niet in te smeren, niet te veel in de zon te zitten, en vooral genoeg drinken hé.


dinsdag 23 juni 2015

Het leven door een minoxlens #3

Juicht, schreeuwt, buldert! We doen eens zot is terug. Na een periode die een eeuwigheid leek te duren, heb ik de goesting weer te pakken om te bloggen. Dus zoals ik al zei, juicht, schreeuwt, buldert.

Het is tijd voor een van mijn lievelingsartikels op deze blog, het leven door een minoxlens. Allicht een van de meest paradoxale dingen die een mens kan doen, analoge foto's trekken, die laten ontwikkelen om ze nadien in te scannen. "De mensheid," zeg ik dan terwijl ik zuchtend naar mijn hals grijp zoals Pascalleke van F.C De Kampioenen.
Ik was heel benieuwd toen ik mijn ontwikkelde foto's ging ophalen bij de Hema, want een rolletje had ik opgeschoten in Berlijn en het andere zat er al bijna een jaar in dus ik wist niet meer wat ik allemaal getrokken had.
Genoeg gepraat over de foto's, tijd om ze te bekijken.


Dit kerkje riep dat ik het moest fotograferen.


Onze voeten waren interessanter dan een doline ergens in de Condroz. Een doline is een chique naam voor een gat in de grond, als deze kennis uw leven niet verrijkt heeft, weet ik het ook niet meer.


De première van het schooltoneel, ik werkte mee aan het decor.


Nee hoor, ik heb mijn camera niet op een paal ergens in een veld gezet om deze foto te trekken.


Artsy fartsy


De kapoenenleiding volop in actie.



Vanaf hier zijn alle foto's getrokken in Berlijn. Mocht u het nog niet gelezen hebben, verwijs ik u vriendelijk door naar mijn artikel Berlin, bitch waar u mijn belevenissen kan lezen.


Beeldt u in dat ik deze foto in mijn badpak genomen heb, terwijl ik hard aan het hopen was dat ik niemand zou tegenkomen.



Mijn favoriete foto van Berlijn, met grote voorsprong.


Fietsen in Tempelhof!



Cultureel verantwoord doen in Hamburger Bahnhof.


Alstublieft zeg, neonlampen in een museum, zo vulgair.


Kom op Belgie, step up your game en verf onze metro's ook in een fel kleurtje.


Poseren in Tempelhof, omdat het verdorie kan.


dinsdag 28 april 2015

Berlin, bitch.

20 april van het jaar des heren 2015, vertrok een groep jonge studenten en iets minder jonge leerkrachten met een reisbus richting Berlijn. Een reisbus die groter en breder was, wat zorgde voor meer comfort, aldus onze buschauffeur Patrick, die na een korte tussenstop op miraculeuze wijze zijn accent was kwijtgespeeld. Niet te verwarren met Patrick ‘Patje’ Vernemmen, een gele, gele andere persoon.



De obligate, veel te lange busrit, opgeleukt door The lion king en andere ongetwijfeld interessante films kon beginnen. Na twee uur leek het al alsof mijn staartbeen zich een weg aan het uitgraven was uit mijn lichaam. Eindelijk komen we aan in Berlijn. “Kijk daar, aan de rechterkant kunnen jullie Tempelhof al zien,” brult een van de leerkrachten overenthousiast. “Oh ja, en dit is ook nog Tempelhof. En dit? Nog steeds Tempelhof.”
De tijdspanne tussen het uitstappen en de volgende ochtend wordt overschaduwd door mijn slaapdronken gedachten, die gingen ongeveer als volgt. “Potverdekke, het is hier toch maar frisjes. Hoe lang is het nog wandelen naar dat hostel? We maken sowieso alle mensen wakker met onze rollende koffertjes, niet moeilijk dat Berlijn toeristen haat. Waw, ons hotel is een klooster. Ola, een klooster met neonlampen, fancy. Geef mij nu gewoon die keycard, dat ik kan gaan slapen! Twee euro als je de keycard verliest? Dat is nog een schappelijke prijs. Oh een bed! Een bed! Ja, lekker een bed.”



De volgende ochtend dus, gesteund door een grote kop koffie die verrassend lekker was om jeugdherbergkoffie te zijn, gingen we op pad. Op weg naar de fietsenverhuur maakte ik me toch wat zorgen. Was het wel slim om een fluohesje te dragen in een stad die klaarblijkelijk vol toeristenhatende anarchisten zat? Tijd genoeg om daarover na te denken, want de mensen van de fietsenverhuur waren schromelijk te laat. Heel niet-Duits vond ik dat, maar wat is het heerlijk als stereotypen doorbroken worden.
In het begin was ik er niet van overtuigd, van de stad Berlijn. Het is een heel andere stad dan pakweg Parijs of Amsterdam. Die steden nemen je meteen mee op zwier, terwijl Berlijn eerder op mij overkwam als een koele minnaar. Alles is zo groot en breed dat het haast ongezellig wordt. Maar na dag twee en drie was ik verkocht, want toen achterhaalde ik het geheim van Berlijn. 
Het geheim van Berlijn is dat je niet mag focussen op haar gebouwen en geschiedenis. Een geschiedenis die trouwens niet zo fraai is, en Berlijn toch wat overschaduwt. De stad moet het hebben van haar heden, haar toekomst en haar mensen. Dat is net wat Berlijn zo Berlijns maakt.



Pas wanneer ik Dieter hoorde spreken, die ooit dakloos geweest is, hipster Maya uit Kreuzberg met haar mooie groene kleedje, een oude oma die ons uitlegde hoe we de metro moesten nemen. Een Indische ober die vrolijk kirde: “as long as you are happy, it’s happy hour” en een radicale feministe met mooie schoenen die ons rondleidde in Hamburger Bahnhof, pas dan kon ik de mooie kant van Berlijn zien. De mensen maken de stad.



Berlin, bitch. Het begin, maar ook meteen het einde van dit stukje proza. Ik wil niemand schofferen met die Engelse term voor een vrouwelijke hond, maar het is een alliteratie en het bekt zo lekker. Misschien had ik conservatiever kunnen zijn door ‘Berlin, baby’ te zeggen, maar dat vond ik niet passen. Baby is zo rustig, zo gemoedelijk. Baby heeft zo iets van “Berlijn hoopt dat je het hier leuk vindt. Alsjeblieft?” maar dat gevoel had ik niet in de stad. Berlijn is direct en een tikje onbeschoft. Als het je hier niet aanstaat, ga je maar weg, en hoe sneller hoe liever. Tourists Raus, Berlin does not love you, we schreeuwen naar groepen fluogele jongeren.



Maar ik neem Berlijn graag zoals het is, met haar anarchisten, haar urban farming, haar grafitti, haar zwervers, haar knalgele metro’s, haar hipsters die rondrijden op fixedgear-fietsen en haar bombastische gebouwen. Van mij mag Berlijn me elke dag een bitch noemen. Zolang al dat verbale geweld maar een beetje binnen de perken blijft. Ik moet toch ergens mijn grens stellen.


Dat bedenk ik me op een maandagmorgen op mijn fiets, terwijl ik merk dat mijn terugtraprem het niet meer doet.